Opinie: De sportschool, redding of kwelling?

nrc.next opinie 5 juni 2012

Sportschool heeft met sporten niets te maken

Door Coen Vaessen

Een hardnekkige liesblessure: voorlopig niet voetballen, oordeelt de fysio. Maar probeer de sportschool eens, adviseert hij: daar kan je ook je energie kwijt! Dus ik naar de sportschool op IJburg voor een proefles ‘spinnen’. Ik geef de docente een hand, stel mijn zadel op de juiste hoogte, en ga zitten wachten op het begin van de les. Benauwde zaal, zwarte muren met spiegels, geen raam te bekennen. Misschien maar goed ook, want buiten schijnt de zon volop.
De docente plaatst een microfoon voor haar mond, zet de muziek aan en vertelt ons dat we vandaag ‘alles gaan geven, zodat we straks tevreden een welverdiend kopje koffie kunnen drinken’. Dan wordt het licht gedimd, en komen de benen in beweging. Boem boem boem en een zangeres die herhaaldelijk iets over ‘feel the rhythm’ zingt. Af en toe knippert er een rode lamp met schijnbaar de bedoeling om ons in hogere sportieve sferen te brengen. Wat op mij vooralsnog niet het juiste effect heeft.
Na de warming up gaan we ‘klimmen’: geef een draai aan de weerstandsknop en dan ‘gaan we stááán op die pedalen’, want ‘we fietsen nu een berg op, gó gó gó, zien jullie de hooibalen langs de weg?!’ Nee die zie ik niet, mevrouw, zelfs met mijn beste bedoelingen zie ik nergens ook maar een klein baaltje hooi in dit zuurstofarme zweethok. De docente wel, die is los aan het gaan, als een ware legercommandante maakt ze hysterisch door de pompende muziek heen blèrend duidelijk dat we alles moeten geven, ‘gáááááán’,‘gó gó gó’.
Ik probeer haar enthousiasme tot me door te laten dringen, maar het wil niet lukken. Oh wat mis ik de spontane, natuurlijke mindfulness van het voetbalveld, met zijn speelsheid, onredelijkheid, adrenaline, woede, vreugde, kinderachtigheid, impulsiviteit, creativiteit, regen, modder en kameraadschap.. alles wat sporten zo mooi maakt.
Na afloop komt de docente naar me toe. Ze vindt dat ik het ‘heel goed gedaan heb voor een eerste keer’. Ze ‘komt misschien wat hysterisch over, maar daar gaan mensen echter harder van fietsen hoor’. Ik neem snel een douche en loop naar buiten, naar de echte wereld waar de zon schijnt.
Tot zo ver het sportschoolexperiment. Je kan je er lekker in het zweet werken door netjes de opdrachten uit te voeren die docenten en schema’s je voorschrijven, ondertussen denkend aan het welverdiende kopje koffie dat je straks gaat drinken. Een functionele, emotieloze, effectieve manier om fit te blijven. Met sport, om met Hans Teeuwen te spreken, heeft het helemaal níéts te maken.

Sportschool heeft me van de ondergang gered

Door Colin van Heezik

Het geluk van het voetbalveld? Ik ken het niet. Ik werd altijd als laatste gekozen, bij het schoolvoetbal, onder luid protest van mijn teamgenoten: als we hem in het team krijgen, dan kunnen we wel inpakken! Ze hadden gelijk – als er contact was tussen mijn lichaam en de bal, kwam dat doordat ik onbedoeld in de weg stond en de bal mij keihard raakte, altijd op een plek waar het pijn deed. En als de bal per ongeluk vlak voor mijn voet kwam, werd ik zo zenuwachtig dat ik zelfs een schot voor open doel wist te missen. De jongens uit mijn team vielen dan op hun knieën en bogen hun bovenlichaam achterover, alsof ze zich direct tot God wilden richten, en de Noord-Hollandse boerenknechten veranderden voor even in Italiaanse profvoetballers (ze hadden dit gedrag waarschijnlijk op tv gezien) : hoe kun je zo’n bal missen!
Gelukkig kon ik wel hard rennen. Daarom ging ik op mijn vijftiende op atletiek. Op mijn zestiende liep ik een redelijke tijd op de 400 meter (54 seconden) en werd ik de onbetwiste nummer 2 van het district Noord-Holland/Zuid-Holland/Utrecht.
Verder zou ik niet komen. Want toen ging ik studeren. Met het trainen was het snel gedaan. Er moesten vrouwen versierd worden, bier gedronken. ‘Het leven ontdekken’. Zo leefde ik jarenlang en van atleet veranderde ik in een ‘bon vivant’ van 88 kilo. Mijn moeder gebruikte het eufemisme ‘Hollands welvaren’ om niet te hoeven zeggen dat ik een dikke, pafferige André Hazes in een ribfluwelen jasje was geworden.
Dit moest stoppen. Ik wilde weer, of voor het eerst, een jonge god worden. Zo’n marmeren beeld maar dan eentje dat zijn armen en benen kan bewegen. Misschien kon het nog? Ik besloot me in te schrijven bij een sportschool.
Het eerste jaar was ik lid zonder er ooit heen te gaan. Eens in de maand kwam ik langs om een saunaatje te pakken. En dan ging de jonge god-in-spe weer op het terras zitten, waar ik mijn vrienden vertelde dat ik eigenlijk een vlammend opiniestuk zou moeten schrijven tegen sportscholen die dure abonnementen verkopen aan mensen zoals ik, van wie ze heus wel weten dat ze niet gaan komen.
Maar er knaagde iets. Een schuldbesef. Het zat ergens ter hoogte van de navel. Het brandde, zoals dat pasje van die sportschool in mijn portemonnee. En toen, zoals Robert de Niro in Taxi Driver, nam ik een besluit. Een echt besluit. Ik zou gaan zweten.
Dat doe ik nu al vijf jaar. Ik ben nog steeds geen jonge god, maar wel 15 kilo lichter. Bye bye lifestyle à la Herman Brusselmans zonder boeken te schrijven. Weg met die sigaret en met dat alcoholisme dat gezelligheid genoemd wordt omdat het pas om vijf uur ‘s middags begint en ha ha toch weer om vijf uur ‘s ochtends eindigt. Dankzij de sportschool: die prachtplek voor mensen die niet van sporten houden.
Mijn methode: plan het in, houd vol, leuk of niet leuk, en je raakt vanzelf verslaafd.
Okay, het blijft wennen dat je op muziek van Enrique Iglesias staat te zweten tussen narcistische mannetjes die hun benen scheren en stewardessen die er veel te goed uitzien voor hun leeftijd. En soms vind ik het een beetje eng, bijvoorbeeld als ik in de kleedkamer zie dat andere mannelijke sportschoolbezoekers een schone Dolce en Gabbana-boxer bij zich blijken te hebben voor na het sporten. Of als de body pump-instructrice dingen roept als ‘No pain, no gain!’ of, na afloop van de training, ‘Geniet van je after workout high!’
Lach er maar om. Voor mij zit er niets anders op. Ik heb nu eenmaal geen balgevoel.
Als de training voorbij is, word je overvallen door een lichte emotie. Je hebt jezelf overwonnen. Je bent weer even nummer 2 van het district.
De sportschool, die stomme sportschool, heeft mij gered. En als je er maar lang genoeg blijft, ga je vanzelf hooibalen zien.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: