De boerka vs. la République

nrc.next opinie 22 april 2011

Door Colin van Heezik

Leg twee foto’s naast elkaar en zie de twee uitersten : een foto van een Franse moslima in boerka en de naaktfoto van Carla Bruni die in 2008 door Christie’s New York voor 91.000 dollar  geveild werd. Dat de ene foto Bruni voorstelt, lijdt geen twijfel. Maar hoe weten we of de andere foto ook echt een Franse moslima laat zien? Misschien is zij niet Frans. Misschien is het niet eens een vrouw. Bij elk bericht over de invoering van het boerkaverbod in Frankrijk staat zo’n foto: een vrouw in boerka of niqab, van wie we nooit zullen weten wie zij is.

Dit is het voornaamste argument voor het boerka- en niqabverbod, dat op 11 april in Frankrijk is ingegaan: we weten niet wie daar achter die sluier schuilt. Dit is in strijd met de waarden van de Republiek. Wij willen onze burgers kunnen zien. Voor de veiligheid, bijvoorbeeld. Stel dat een onderwijzer een kind meegeeft aan iemand in boerka. Misschien is het de moeder, maar het kan ook een kinderlokker zijn. Als het kind verdwijnt, hoe bepalen we dan het signalement van de ontvoerder? Ook op een postkantoor of bankfiliaal vinden Fransen het niet prettig dat iemands gezicht onzichtbaar is. In een ziekenhuis of op een school idem dito. Ze achten dit in strijd met het openbare leven.

Sinds 2004 is op Franse scholen het dragen van een hoofddoek verboden, tezamen met alle andere signes religieux ostensibles. Dit betekent dat keppels en grote kruizen eveneens verboden zijn. Wel toegestaan zijn kleine kruizen, religieuze medailles, davidsterren en Fatmahandjes. Hoofddoekjes dus niet. Het zijn dezelfde regels als in Turkije en Indonesië: ook in die landen, waar moslims in de meerderheid zijn, is het dragen van de hoofddoek op scholen verboden.

Het boerkaverbod in Frankrijk kan door een Nederlander gemakkelijk verkeerd uitgelegd worden. We zien er al snel een geval van islamofobie in, of een poging van een rechtse regering om tegemoet te komen aan het islamofobe deel van de bevolking. Deze kritiek bestaat in Frankrijk ook, maar het boerkaverbod wordt breder gedragen dan hier. Ook veel linkse politici zijn voorstander, net als de feministische beweging Ni putes ni soumises.

Uit onderzoek bleek vorig jaar hoe groot het draagvlak is. Van de linkse stemmers (althans de PS-stemmers) is 63 procent voorstander van wetgeving: 33 procent steunt een volledig verbod, 30 procent zou een gedeeltelijk verbod prefereren; 27 procent is voorstander van een ‘sensibilisation’ van de doelgroep: dit betekent dat zij een soort anti-boerka-campagne zouden verkiezen boven een wet. Blijft dus maar 10 procent over van de linkse kiezers die vinden dat de overheid zich helemaal niet met de boerka moet bemoeien.

Sarkozy zei al in 2009 : ‘De boerka is in Frankrijk niet welkom’. De Franse president gaf aan er geen teken van geloof in te zien, maar van onderwerping van de vrouw. ‘De boerka maakt van vrouwen gevangenen. Dit is niet het idee dat de Franse republiek heeft van de waardigheid van de vrouw.’  Die opvatting heeft uiteindelijk geleid tot het verbod.

Belangrijk daarbij is te bedenken, dat Frankrijk een seculier land is. De republiek is officieel ongelovig, als sinds 1905 toen de scheiding van kerk en staat bij wet werd vastgelegd. In Frankrijk is de République laïque een kloek beginsel, dat vanuit staatsrechtelijk oogpunt boven ieder geloof staat. Mocht Sarkozy een moslimhater in schaapskleren zijn, dan vindt hij in elk geval een prachtig excuus voor zijn racistische wet in de Franse geschiedenis van seculiere politiek.

Dit denken vindt zijn oorsprong in de Verlichting. In La Religieuse (De non), een roman uit 1796 van Verlichtingsdenker Denis Diderot (tijdgenoot van Voltaire, Montesquieu, Toqueville), wordt een onschuldig jong meisje, Suzanne, gedwongen haar intrede te doen in een klooster. De Fransen noemen dit met een mooie uitdrukking prendre le voile. Vervolgens wordt ze onderworpen aan de seksuele avances en morele perversie van haar superieuren. In het boek van Diderot is de nonnenkap een symbool van gevangenschap. Le voile stelt mannen in staat om ‘in het donker’, daar waar het licht van de Republiek niet schijnt, vrouwen te misbruiken.

Nu dan, ruim twee eeuwen later, is le voile intégral, de boerka of niqab, aan de beurt. Ook die wordt gezien als een element dat duisternis schept in de samenleving en praktijken aan het licht van de Republiek onttrekt, die dat licht niet kunnen verdragen.

Natuurlijk is er kritiek. ‘Waar is de geloofsvrijheid ?’, wordt er geroepen. De repliek luidt echter : ‘Het is geen religieus probleem, omdat de Koran geen boerka voorschrijft’. Dit heeft de regering volgens Jean-François Copé, initiatiefnemer van de wet en leider van de rechtse regeringspartij UMP, bij religieuze moslimautoriteiten geverifieerd. En als er gezegd wordt dat de boerka een aantasting is van de burgerlijke vrijheid tout court, repliceert Copé : ‘Maar je mag toch ook niet naakt over straat ?’

Ja maar, zeggen sommigen: als vrouwen de burqa nu echt zelf willen dragen? En kijk naar de vrouwen die geprotesteerd hebben in burqa! Is het niet juist een teken van individuele vrijheid van de vrouw dat ze mag dragen wat ze wil? Deze redenering is begrijpelijk, maar kan ook worden weerlegd. Kijk bijvoorbeeld naar de emancipatie van vrouwen in het Westen ; veel vrouwen waren gelukkig aan het fornuis, omdat ze niet beter wisten; hun dochters zijn nu blij dat zij een ander leven kunnen leiden. Er kan dus sprake zijn van een vals bewustzijn, zoals dat volgens Marx bestaat bij fabrieksarbeiders die door de ‘drugs’ van religie en nationalisme niet beseffen dat ze worden uitgebuit en onderdrukt.

Natuurlijk wordt gezegd dat het boerkaverbod een manier is voor Sarkozy om stemmen bij Le Pen weg te halen. En dat de maatregel islamofoob is. Beter is Sarkozy te beoordelen om de argumenten die hij zelf geeft, dat houdt de discussie wel zo zuiver: de waarden van de Republiek, veiligheid, gelijkheid van de vrouw.

La République se vit à visage découvert. Zo formuleert de Franse regering het kort en bondig. De Republiek wordt met onbedekt gezicht geleefd. Se dissimuler le visage, c’est porter atteinte aux exigences minimales de la vie en société. Het gezicht verbergen is een inbreuk op de minimale vereisten van het samen-leven in een samenleving. Cela place en outre les personnes concernées dans une situation d’exclusion et d’infériorité incompatible avec les principes de liberté, d’égalité et de dignité humaine affirmés par la République française. Dat plaatst bovendien de betrokkenen in een situatie van uitsluiting en minderwaardigheid die onverenigbaar is met de vrijheid, gelijkheid en menselijke waardigheid waar de Republiek voor staat.

Dit is het standpunt van de Franse regering. En dat wordt door de meeste Fransen, links of rechts, gedeeld. Sarkozy laat zo voor heel Europa zien: je hoeft in de verste verte geen Lepéniste of Wilders-stemmer te zijn om de argumenten voor een boerka- en niqabverbod te onderkennen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: