De ideale staat volgens Alain Badiou

Wie is Alain Badiou?

De Franse filosoof Alain Badiou (1937)  is geboren in de Marokkaanse hoofdstad Rabat. Hij studeerde wiskunde  in Parijs. Badiou is  hoogleraar filosofie aan de  École normale supérieure in Parijs waar hij ook studeerde.

In de jaren 60 en 70 was Badiou actief in de Franse marxistisch-leninistische beweging, waarvan veel leden zich in de jaren 80 en 90 bekeerden tot gematigd links. Badiou niet, hij bleef “ultralinks”. De laatste jaren is hij opeens ‘hip’, zowel in Frankrijk als daarbuiten. Dat komt vooral door zijn liefde voor de “communistische hypothese”, waarmee hij ook de Sloveense mediafilosoof Slavoj Zizek inspireerde.

Badiou is een tegenstander van het postmodernisme: hij gelooft niet in het “einde van de geschiedenis” (Fukuyama) en het “einde van de grote verhalen” (Lyotard).

Door Colin Heezik

Loop een Parijse boekwinkel binnen en je stuit op een stripversie van Das Kapital. Op televisie zegt de socialistische presidentskandidaat François Hollande dat „de financiële wereld” zijn vijand is. Een nog linksere groepering ‘bestormt de Bastille’: ze demonsteren op de Place de la Bastille, verwijzend naar de Franse revolutie van 1789.

Bij die linkse wind hoort de Franse filosoof  Alain Badiou (75). Naar eigen zeggen „ultralinks”, ooit lid van de Franse marxistisch-leninistische beweging. Op dit moment is hij de meest vertaalde Franse filosoof. Al zijn werk wordt opnieuw uitgegeven, terwijl hij overal lezingen geeft, ook buiten Frankrijk. Dankzij de financiële crisis en de Arabische lente klinkt zijn links-radicale, revolutionaire geluid weer als nieuw. En als Badiou zelf niet aan het woord is, dan wordt hij wel geciteerd door zijn grootste fan: Slavoj Zizek, de ‘messias van Occupy’, die samen met Badiou de ‘communistische hypothese’ levend houdt. De Sloveen heeft iets meer charisma, maar veel van zijn ideeën zijn geïnspireerd op Badiou.

Badiou heeft zich altijd verzet tegen het ‘einde van de geschiedenis’ van Fukuyama.

In zijn boek uit 2011 Le réveil de l’histoire beschrijft Badiou hoe de laatste jaren „de geschiedenis weer wakker wordt”: sinds de financiële crisis komt de burger in opstand tegen de kapitalistische elite, terwijl tijdens de Arabische lente de ene na de andere dictator onttroond wordt. Badiou is blij met dat revolutionaire elan. „Het einde van de geschiedenis?” zegt hij tegen de kapitalisten en despoten, „Ha, dat zouden jullie wel willen!”

De laatste jaren is Badiou is een mediafilosoof geworden, die ook korte essays en pamfletten publiceert. Zo schreef hij in 2007 een boekje over Sarkozy, De quoi Sarkozy est-il le nom?, waarin hij stelde dat mensen Sarkozy stemden uit angst. En in de aanloop naar de presidentsverkiezingen verscheen er vorige week weer een nieuw boekje van Badiou: Sarkozy: pire que prévu, waarin hij uitlegt dat Sarkozy het nog slechter gedaan heeft dan je in 2007 kon voorspellen.

Het is tijd voor een nieuwe politiek, vindt Badiou. Eentje die uitgaat van de gedachte dat alles anders kan. Badiou, in een radio-interview: „Je ziet nu de mogelijkheid dat links weer terugkomt. Dat Fukuyama ongelijk had toen hij riep dat we met het kapitalisme en zijn bondgenoot, de liberale democratie, alles hebben wat we nodig hebben. We zien nu in dat dit geen eindstation hoeft te zijn, dat het misschien beter kan. Het ideologische politieke veld gaat diep veranderen in de komende jaren.”

Ter inspiratie voor die nieuwe politiek heeft Badiou iets heel slims gedaan: Plato voor zijn karretje spannen. In januari verscheen La République de Platon, een remake van Plato’s Politeia uit 380 voor Christus – een oertekst van de Westerse filosofie, waarin Plato uiteenzet hoe zijn ideale Staat eruit zou moeten zien. Badiou herschreef de Politeia van A tot Z en gaf daarbij filosoof Socrates alle kennis die hij zou hebben gehad als hij in 2012 zou leven. Socrates heeft het dus over siliconenborsten, cocaïne, internet, Sadam Hoessein en citeert met het grootste gemak uit de werken van Shakespeare, Marx en Freud. Alle anachronismen zijn mogelijk, van Socrates die zich opwindt over het Franse boerkaverbod tot een ‘journalist’ die de tragediedichter Sophocles interviewt („Sophocles, hoe staat het met uw seksleven?”).

De opzet is dezelfde als bij Plato. In een luxueuze villa praat de filosoof Socrates met een aantal vrienden over politiek en rechtvaardigheid, waarbij Socrates beschrijft hoe een ideale Staat er wat hem betreft uit zou moeten zien. Ook Plato’s beroemde grotvergelijking komt voorbij. Om duidelijk te maken dat de mens maar een flauwe afspiegeling van de werkelijkheid ziet, vergelijkt Plato ons met de bewoners van een grot die kijken naar een rotswand waarop schaduwen te zien zijn van voorwerpen die achter hen langs voorbij worden gedragen. Die allegorie wordt door Badiou  ge-update naar het mediatijdperk. „Stel je voor”, schrijft hij, „een gigantische bioscoopzaal. Een scherm, dat doorloopt tot aan het plafond (maar het is zo hoog dat de bovenkant verdwijnt in de schaduw) blokkeert ieder uitzicht op iets anders dan zichzelf. De zaal is propvol. De toeschouwers zijn, sinds ze bestaan, gevangen in hun stoelen, de ogen gefixeerd op het scherm, het hoofd onbeweegbaar ingeklemd door een koptelefoon die de oren bedekt.”

Dit is volgens Alain Badiou onze situatie, als ‘kijkers-gevangenen van de media’: zo zitten we vast in de tv-democratie. Die gevangenschap noemt Badiou ook wel eens de „capitalo-parlementaire” grot. De parlementaire democratie is daarbij volgens Badiou een instrument van het kapitalisme: de politieke elite is bevriend met de kapitalistische elite en houdt ons zoet met verkiezingen en referenda over non-issues, terwijl de echte beslissingen in de achterkamers worden genomen.

Met zijn kritiek op onze ‘democratie’, die hij altijd tussen aanhalingstekens zet, vindt Badiou in Plato een fijne medestander. Democratie is volgens Plato de op één na laagste staatsvorm, die onvermijdelijk leidt tot tirannie. „Fascisme”, in de woorden van Badiou en zijn 21ste-eeuwse Socrates. Want wanneer het volk het voor het zeggen heeft, ontstaat alle ruimte voor volksmenners en tyrannen – wij zouden zeggen een populist, een sterke man. Wie het volk laat regeren, geeft de macht aan de onderbuik.

Net als bij Plato is er voor Badiou maar één uitweg: de filosofie. Wie leert filosoferen kan zich bevrijden uit de grot/media-gevangenis en belandt in de wereld der Ideeën, waar we schijnkennis verruilen voor echte kennis. Badiou zou willen dat iedereen, „arbeiders, kantoorklerken, boeren, artiesten en oprechte intellectuelen” ditzelfde pad volgen om uit te komen bij… de Idee van het communisme: een Staat die gebaseerd is op rechtvaardigheid en waarin een maximaal aantal mensen gelukkig is.

Niet de onderbuik maar het intellect moet regeren. Daarvoor moet een aristocratie worden ingesteld in de letterlijke oud-Griekse betekenis: alleen de aristoi, de allerbesten, mogen toetreden tot de regerende elite van filosofen. Zij weten het beste wat rechtvaardigheid is en baseren al hun beleid op die kennis. Zo wordt in Badiou’s ideale politiek altijd het algemeen belang gediend in plaats van het belang van de heersende klasse.

Dat klinkt allemaal prachtig, hoewel je je afvraagt of Badiou nu echt denkt dat zijn ideale Staat er kan komen. Daarover zwijgt hij in La République de Platon. Maar als je zijn boek leest begint er toch een soort enthousiasme te borrelen: je gaat denken dat het beter kan, als we beter nadenken. Een begin van bevlogenheid, van idealisme. En dat is voor Badiou waarschijnlijk al genoeg.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: