Vreemdeling in muziek

Het Parool, PS van de Week (15-5-2010)



Daar sta je dan, met je altviool, op het Museumplein. Amsterdam is een aantrekkelijke stad voor buitenlandse muzikanten. Drie van hen vertellen met welke dromen ze hier kwamen en hoe het uitpakte.

Dwarsfluitist Ravind Sangha (38) werkte als muziekdocent in Queensland, Australië, toen hij opeens besloot dat hij wat anders wilde. “Ik had mijn leven perfect op orde: een baan aan de universiteit, een huis, een verloofde. Totdat ik op een mooie dag ging duiken met vrienden. Dat was voor mij de eyeopener. Ik besefte dat overal leven is, ook onder water. Maar ook op alle andere plekken op aarde. Dat duiken was mijn ‘doop’. Ik wist dat ik ergens anders wilde kijken om te zien hoe het leven daar was.”

In 2000 kwam Sangha voor het eerst naar Nederland, vanwege een Europese tournee. Amsterdam beviel hem van al die Europese steden het best. “In het deel van Australië waar ik woonde was het niveau van de klassieke muziek vrij laag, vooral in de oude muziek en de barok, mijn specialisme. Ik kon toen wel naar Sydney verhuizen, maar ik koos liever meteen voor het hart van de scene: Amsterdam. En in Nederland ging een wereld voor me open. Al die fantastische muzikanten! Het was een voorrecht hier te mogen spelen.”

Hij was ook meteen verliefd op Amsterdam. Het water, de grachten. “En niemand die vroeg waar ik vandaan kwam! Ik heb een Indiaas uiterlijk, hoewel ik Australiër ben. Indiase wortels. Maar ik heb niet altijd zin om dat allemaal uit te leggen. In Nederland vroeg niemand ernaar. Ze zeiden alleen maar: ‘How do I pronounce your name?’ Dat vond ik geweldig. Nog steeds vind ik Amsterdam de mooiste plek ter wereld. Het is kosmopolitisch, maar ook easy to live.’

Sangha vond al snel een appartement, in zijn ogen piepklein, maar goed genoeg om mee te beginnen. Totdat Nederlandse kennissen op bezoek kwamen, die zeiden: ‘Wow, hoe heb je dit gevonden? Toen besefte hij dat een Australische bezemkast hier een paleis is. “Kijk, in Australië heeft iedereen een groot huis. Maar dat komt omdat er verder niks is. In Amsterdam wonen mensen in kleine huizen omdat de stad je grote huis is. Je zit bij Festina Lente of waar dan ook. Ik heb geen home cinema set van duizenden euro’s. Maar wat maakt dat uit,  als de bioscoop en om de hoek is?”

Sangha maakte een zachte landing, ook doordat hij al contacten had in de muziekwereld. “Ik was de golden boy uit Australië. Ik werd veel gevraagd voor concerten en gigs. Ik was een exotische vrucht en de mensen deden hun best om een gesprek met me aan te knopen, in hun beste Engels. Nederlanders hebben veel respect voor buitenlanders, zolang het toeristen zijn die hun kleine kikkerlandje een bezoekje gunnen.”

Pas na drie jaar braken the hard times aan. “Toen besloot ik dat ik Nederlands wilde gaan spreken. En toen werd ik ineens een allochtoon. En daar hoort in Nederland een aanzienlijk lagere status bij. Ik voelde me opeens undereducated, omdat ik moeite had met de taal. Ik was nu een blijver geworden en daarmee was ik mijn specialiteit kwijt.”

Toen werd de kunst het avontuur te laten duren. Hij begon zich te verdiepen in oude instrumenten. En om een gevoel van vrijheid te behouden, kocht Sangha een kajuitboot. Om te kunnen repeteren wanneer hij wilde. Maar ook om de natuur in te kunnen trekken.

Een vrijbuiter, ja, dat is hij wel. Ook als muzikant wil hij nergens op vastgepind worden. “Ik ben muzikant, punt. Barokmuziek is een liefde, maar niet de enige. Voor sommige mensen is het een soort religie. Ik vind het ook leuk om jazz en bossa nova te spelen. Muziek heeft een bepaalde spontaniteit die je niet moet verliezen, gewoon op je boot een gitaar pakken en een liedje zingen. Dat gevoel wil ik niet kwijtraken.”

Momenteel is hij druk met een reeks concerten. Op 6 juni treedt Sangha weer op met het Nederlands Barok Orkest, in de Engelse Kerk op het Begijnhof. Daarnaast heeft hij plannen voor een bijzonder project,  de pvc-fluit voor arme kinderen. Hij wil fluitlessen op youtube zetten en laten zien hoe je voor drie cent een muziekinstrument kan maken. “Zo kunnen straatarme kinderen in India een paar simpele liedjes op de fluit leren spelen. Ik weet hoe belangrijk het is om muziek te maken. Het heeft mijn hele leven veranderd.”

Hij verlangt nog wel eens terug naar het moment dat hij kersvers in Amsterdam arriveerde. “Een backpack en een fluit, dat is alles wat ik nodig heb. In die tijd leefde ik van bijna niets. Ik had wat concerten en schnabbels, genoeg om de rekeningen te betalen. Je hebt niks nodig om gelukkig te zijn. Sluit je ogen en luister naar Bach in je hoofd. Ik had een hele collectie platen in Australië, die heb ik achtergelaten. Inmiddels verlang ik weer naar dat troubadourgevoel dat ik had toen ik hier kwam. Wat dat betreft ben ik hier alweer te lang, haha. Maar ik blijf hier absoluut wonen.”

[kopje] ‘Het Concertgebouw is één van die plekken op de wereld waar het gebeurt’

In een charmant accent bestelt ze een ‘koffie verkeerd’, daarna schakelt de Poolse violiste Joanna Wronko (28) over op het Engels. Min of meer bij toeval is ze in Nederland terechtgekomen. Ze was hier op een festival voor kamermuziek. “Ik studeerde al acht jaar viool in Duitsland en vond de sfeer in Nederland heel leuk. Ik kende het land al langer, van een verblijf in Bergen aan Zee. En toen kwam het plan om hier nog wat extra concerten te doen. Zo bleef ik een maand, twee maanden, drie maanden. Het was nooit een bewuste beslissing om te blijven, maar ik ben hier nu alweer 2,5 jaar.”

Wronko bleef niet onopgemerkt: ze wordt veel gevraagd voor concerten, ze was al te zien in het programma Vrije geluiden en in november stond haar eerste cd in de klassieke muziek-top 10 van de Volkskrant. Een succesverhaal, dus.

Hoe speelt ze dat klaar, tussen al die talentvolle Nederlandse violisten? “Het heeft een grote rol gespeeld dat ik een cd kon opnemen met pianist Frank van de Laar. Ik kende hem al van een festival. Toen ik eens een partij moest instuderen, heb ik gevraagd of hij me daarbij wilde helpen. Toen hebben we uren bij hem thuis gespeeld. Het klikte muzikaal fantastisch, uiteindelijk leidde dat tot de cd.”

Op die cd, The French-Polish album, combineert Wronko stukken van Debussy en Chausson met muziek van Poolse componisten uit dezelfde periode. “Ik houd nu eenmaal van laatnegentiende-eeuwse, begin twintigste-eeuwse muziek. Het past bij hoe ik me nu voel. Maar zo’n cd is als een foto. Zoals je die dag speelde,  zo staat het op de plaat. Plus de chemie met Frank,. Samenwerken met mensen, daar draait het om voor mij. Energie, connectie.’

Ook het Nederlandse publiek bevalt Wronko. Ze weten veel, maar zijn niet pretentieus. “Wat ik mooi vind zijn initiatieven als Tracks: de avonden voor jonge mensen in het Concertgebouw met een concert van een uur en daarna een dj. Het Concertgebouw is echt één van de plekken op de wereld waar het gebeurt. De eerste keer dat ik er optrad,  in de Kleine Zaal, waren mijn ouders speciaal daarvoor uit Polen gekomen – dat was een mooi moment. En ik zal Amsterdam altijd daarmee associëren.”

Haar ervaring is positief, vervolgt ze, en dat straalt op alles af. Ook wonen was voor haar geen probleem. In het begin woonde ze bijna elke week ergens anders. “Het ging zo van: ‘Wij gaan twee weken naar Brazilië, wil je op ons huis passen?’ De viool helpt natuurlijk. Je speelt op een huisconcert, mensen zien je en vertrouwen je, vinden je aardig. Uiteindelijk heb ik een kamer gevonden in Oud-Zuid, bij een echte muziekliefhebster die het goed vindt als ik thuis studeer.”

Ze heeft nu eindelijk wat ze wilde: een basis, van waaruit ze weer verder kan kijken. Vrienden, connecties. En een topviool van een anonieme sponsor. Maar wat als ze straks echt beroemd wordt? Nee, een stad als Wenen hoeft van haar niet. “Ik vind Wenen juist niet zo prettig. Het muzikale wordt je daar op elke straathoek opgedrongen. Hier kun je het zelf opzoeken als je wilt, maar het wordt je niet door de strot geduwd.”

Nederlanders vindt ze heel open en warm. Lachend: “Dat komt misschien doordat ik acht jaar in Duitsland heb gewoond! Ik kan me voorstellen dat een Zuid-Amerikaan er anders naar kijkt, maar voor mij zijn jullie heel warm en spontaan. Ook in de muziekwereld vind ik de mensen heel toegankelijk en vriendelijk. Haat en nijd? Nee, niks van gemerkt.”

Wronko trekt haar eigen plan. “Ik wil iets met mijn leven doen waarvoor ik zelf heb gekozen. Daarom is het zo belangrijk voor mij in het buitenland te wonen. Als je zelf voor iets gekozen hebt, wil je ook niet de nadruk leggen op de nadelen van je keuze. Ik ben blij en trots dat het gelukt is en ga niet lopen zeuren over het weer.”

Tenslotte: de taal. Omdat Polen lid is van de Europese Unie, hoeft Wronko geen inburgeringscursus te doen. “Ik zou ook niet weten waar zo’n cursus goed voor zou zijn. Ik integreer automatisch! Ik heb wel een cursus Nederlands gevolgd, dat was echt leuk. Vier weken lang, elke dag Nederlandse les. In de Baarsjes.”

Ze schakelt weer over op het Nederlands en dat blijkt eigenlijk al vloeiend te zijn, bijna foutloos, afgezien van dat charmante accent. Echt een wonderkind dus.

[kopje] ‘Waarom moet het altijd gezegd worden als het gezellig is?’

Ze lijkt bijna weg te waaien, op de pont over het IJ, met haar tengere Argentijnse verschijning. Maar zangeres Luciana Cueto (34) woont al tien jaar in Amsterdam-Noord. “Ik kwam naar Amsterdam voor de liefde. Ik wist wel dat ik oude muziek wilde studeren in Europa, maar dat had ook in Italië of Spanje gekund.”

Adrian (47), nog steeds haar grote liefde, was al in Amsterdam. Hij werkte hier als uitvoerend muzikant en docent. ‘Ik was al bij hem op bezoek geweest tijdens een vakantie door Europa. Vervolgens was ik weer teruggegaan naar Buenos Aires. Maar ik miste hem. Toen ben ik teruggekomen, dit maal om te blijven. En ik ben er nog steeds.”

Cueto studeerde aan het Brabants Conservatorium en ging in de leer bij de zangeressen die ze bewonderde, Rebecca Stewart en Xenia Meijer. Zij leerden haar oude muziek te zingen zoals die in de vijftiende en zestiende eeuw klonk. “Het is nog een hele kunst om de polyfonie van de oude manuscripten te doorgronden. Maar dat vind ik ook het mooie aan het vak.’

Het mooie van Amsterdam vindt ze de stilte – ja, de stilte. “Als je over de grachten fietst, is het gewoon stil. In welke andere grote stad heb je dat?” Toch zijn er dingen waar ze nooit aan kan wennen: het klimaat, natuurlijk, maar ook de manier waarop dat volgens haar de cultuur beïnvloedt. Kopje thee, koekje erbij. De Hollandse gezelligheid. “Als je in Nederland een etentje hebt, moet er altijd iemand zeggen: gezellig hè! Dat valt mij altijd op. Waarom moet dat gezegd worden? Als het echt leuk is, is dat toch niet nodig!”

Als zangeres heeft ze nu voldoende werk, al is dat niet altijd zo geweest. Dan is het fijn dat je een sociale huurwoning hebt. Maar Cueto heeft ook vaak bijbaantjes gehad. “Op dit moment hoeft dat gelukkig niet. Ik treed op met verschillende ensembles: Musica Temprana, Elyma, Delphin de Musica en mijn eigen ensemble, So el encina. Het is een voorrecht om daarvan te kunnen leven.”

Maar eerlijk is eerlijk, liever zou ze dat in Argentinië doen. Ze mist nog altijd haar familie, de zon, de manier van leven. “Vroege muziek komt muziek uit Europa. Dus je gaat het in Europa studeren. Maar in Zuid-Amerika zijn nu ook geweldige muzikanten op dit gebied.”

Cueto had Nederland geïdealiseerd, geeft ze toe. “In het begin vond ik Amsterdam geweldig. Ook vanwege de musea: de kunst waarover ik in Buenos Aires alleen in boeken had gelezen, was hier in het echt te bewonderen. En ik vond het fijn dat je in Europa zo veel plekken kunt bezoeken die niet ver weg zijn, voor Zuid-Amerikaanse begrippen. Ook had ik een heel positief beeld van de Nederlanders. Ik dacht dat ze heel open en tolerant waren. Alsof de tijd hier stil had gestaan sinds de jaren zeventig, zeg maar.”

Maar, zegt ze nu, die mentaliteit bleek ze vooral zelf verzonnen te hebben. Voor zover Nederlanders tolerant zijn, is het omdat ze pragmatisch zijn. Niet vanuit een verlichtingsideaal. “Nederlanders zijn zakenlieden. Daarom spreken ze hun talen en staan ze voor van alles open. Ze moeten wel, omdat Nederland een klein land is. Het is dus minder mooi dan ik dacht, helaas. Ook politiek bewustzijn is ver te zoeken. Nederlanders voelen zich niet verantwoordelijk voor wat er in de wereld gebeurt: Honduras, Palestina. De mensen wonen hier in een bubble, een paradijsje.”

Cueto is kritisch. Drie mensen heeft ze deze week al gesproken, die zich geen Nederlander zeggen te voelen. “Nederlanders hebben geen folklore. Hooguit de Jordanese liederen, maar ook die worden verwaarloosd. Vergelijk dat met de Argentijnse tango: het is volksmuziek, maar het wordt vermengd met hogere cultuur. Grote componisten en dichters hebben de tango naar een hoger niveau getild. Zo hebben ze hun eigen cultuur rijker gemaakt. Hier zie je dat mensen die van klassieke muziek houden, juist hun neus ophalen voor André Hazes. Ik begrijp dat wel, maar het is jammer dat jullie eigen cultuur daardoor op straat blijft liggen.”

Ja, dat mist ze nog het meest van Buenos Aires. Het culturele leven. “Nergens heb je zoveel toneelstukken, elke avond opnieuw. Boekwinkels zijn de hele avond open, vaak kun je er ook koffie drinken. De sfeer, het theater, het flirten op straat. Dat gaat altijd door. Het is cultuur, waar we trots op zijn. En als je je cultuur vermoordt, vermoord je je land.”

Advertenties
Comments
One Response to “Vreemdeling in muziek”
  1. Arthur Bánki schreef:

    Leuk artikel Collin!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: