Daar waar het asfalt ophoudt

VPRO Gids, februari 2010

Door Colin van Heezik

Het zigeunerleven bestaat nog, al is de romantiek soms ver te zoeken. Deze week begint de serie Roma in Europa, een coproductie van verschillende Europese televisieproducenten, waaronder de NPS. In de zeven documentaires van de reeks wordt telkens een ander land onder de loep genomen.

Tatjana Mirkovic regisseerde de Nederlandse aflevering, waarmee de serie op 20 februari van start gaat. ‘Of het nu Roma zijn of Sinti, ze zijn trots op hun tradities,’ zegt Mirkovic. ‘Wij hebben ervoor gekozen een Sinti-gemeenschap te portretteren, omdat de Sinti al langer in Nederland zijn dan de Roma. Veel Sinti zijn hier geboren en spreken de taal. En toch zijn ze vaak nog niet echt geïntegreerd.’ In de Nederlandse aflevering zien we hoe Hetset Weiss, een Sinti-vrouw uit Best van een jaar of vijftig, voor geen goud weg wil uit haar woonwagenkamp. Haar zus Lalla woont even verderop in een huis en zou niet meer terug willen naar het kamp. Wel is zij actief bezig met de belangen van Roma en Sinti in Nederland, waarvoor ze een aantal prijzen heeft gekregen.

De zussen staan symbool voor twee houdingen: integreren of blijven steken in wantrouwen jegens de ‘burgermaatschappij’. De dochter van Hetset heeft haar school niet afgemaakt en is nu een jonge moeder zonder werk. ‘U hoort nog van ons’, is volgens Hetset het standaard-antwoord. ‘Als ze horen dat je op het kamp woont, kan je het schudden.’ Het is wat zus Lalla zegt op een discussiemiddag: ‘Het kamp is heel warm en sociaal, maar dat kan je ook afremmen in je ontwikkeling.’ Zo heeft Hetset pas later leren lezen en schrijven. Daarvoor was vroeger geen tijd. Een week hier, twee weken daar. En ze heeft het geprobeerd, wonen in een huis. Acht jaar lang. Maar ze voelde zich er ‘levendig begraven’, vertelt ze nu aan haar kleindochter. Toen heeft ze geruild met zus Lalla, die nog op het kamp woonde en juist graag een ‘normaal’ leven wilde.

Mirkovic (37) is zelf Bosnisch en ontvluchtte Sarajevo tijdens de oorlog. ‘Ik heb hier gestudeerd en ben helemaal geïntegreerd. Maar nog steeds herken ik veel van het gevoel: dat je nergens echt thuis bent.’ Ze is enthousiast over Roma in Europa. ‘Vergeleken met de Servische situatie,’ zegt Mirkovic, ‘lijkt het leven van de Sinti hier behoorlijk luxe. Daar wonen ze in lekkende containers. Zo laat de serie mooi de verschillen zien.’

Eerder regisseerde Mirkovic een aflevering van Premtime (met Prem Radhakishun) over Roma in Nieuwegein: ‘Bij de Roma spelen andere problemen dan bij de Sinti. Roma zijn hier meestal nog niet zo lang en spreken de taal niet. Daardoor kunnen ze dikwijls hun rekeningen niet betalen en krijgen ze schulden. In Premtime ging het om een aantal Roma-mannen die overlast veroorzaakten in de plaatselijke kroeg. Al dat soort problemen ontstaat toch door achterstand en desintegratie.’

Beike Steinbach (58) is Sintezza en woont in Rijswijk in een woonwagenkamp. Zij trok aan de bel toen in 2007 politieagenten een inval deden in het kamp, nummers bij de Sinti op de armen zetten en taal gebruikten die bewoners van het kamp associeerden met de Tweede Wereldoorlog. ‘Schandalig,’ was het volgens Steinbach. ‘Vooral omdat de Sinti in Nederland een traumatische geschiedenis hebben. Veel Sinti werden in de oorlog gedeporteerd.’ De affaire werd in de media breed uitgemeten. Hart van Nederland, het Journaal en TV West doken erop. Maar Steinbach vindt dat de media de boel verdraaien. ‘Als het ergens goed gaat komen ze niet. Ze gaan alleen kijken waar het slecht gaat.’

De documentaire van Mirkovic vindt zij ongezien al ‘fout’: omdat ze in Best zijn gaan kijken, waar problemen zijn. En niet in haar kamp, waar het relatief goed gaat. Ze heeft prima contacten met de gemeente. ‘Ons kamp wordt gerenoveerd en we krijgen nieuwe plekken voor de jongeren. Dat is helaas uniek. Ik geloof dat het in het Westen ook wel een beetje beter gaat dan in Limburg en Brabant.’

‘Het is belangrijk dat we extra standplaatsen krijgen voor de kinderen. Die willen hier blijven wonen, maar hebben wel hun eigen plek nodig. De kinderen verzorgen hun ouders. Er is geen Sinti in Nederland die zijn vader of moeder het bejaardentehuis in doet. Het is van de wieg tot het graf. Zelfs de begrafenissen doen we zelf. Dat bespaart de overheid ook een hoop geld. Waarom kunnen ze dan geen extra plek maken? Voor de Hindoestanen maken ze in Den Haag wel een speciaal huis, waar ouders en kinderen samen kunnen wonen. Waarom voor ons niet? Omdat we niet in huizen willen wonen. Zo pakken ze onze cultuur af.’

Steinbach heeft haar hoop gevestigd op Europa. ‘Gelukkig beginnen ze het in Brussel te snappen: het heeft met mensenrechten te maken. Wij hebben recht op onze eigen cultuur. Als onze opa’s en oma’s in tehuizen gaan wonen kan ook onze taal verloren gaan. Die bestaat alleen mondeling.’

Nee, voor burgemeester Leers heeft ze geen goed woord over. In 2004 had hij het over ‘vrijstaten’: de woonwagenkampen waar criminaliteit welig tierde. ‘Gelukkig is die Leers met zijn vrijstaten nu afgetreden. God straft, zeggen wij dan.’

Mariët Meester schreef twee non-fictie boeken over Roma in Roemenië, waaronder Sla een spijker in mijn hart (Balans 2006). ‘Het grappige is dat het vrijwel alleen nog in Nederland voorkomt, dat zigeuners in woonwagens wonen,’ zegt Meester. ‘In het Oostblok zie je dat niet meer. Onder Ceaucescu moesten de Roma in huizen gaan wonen. Maar als ik daar een foto laat zien van de woonwagens hier, zijn dat wel paleizen vergeleken met de huizen daar. Roma in Oost-Europa hechten juist veel aan materiële dingen. Een groot deel woont nog in krotten, maar sommigen hebben het gemaakt. Die wonen in grote kitscherige kastelen van huizen. Rijke patsers zijn dat. Hier mogen de Sinti dan op een kamp willen wonen, maar daar willen de Roma niets liever dan een mooi huis. De bedelaars en accordeonisten die je in Amsterdam ziet zijn ook niet de armsten, die hadden kennelijk nog het geld om te reizen.’

In 1990 ging ze er voor het eerst heen. ‘Ik was romanschrijfster en op zoek naar verhalen. Natuurlijk voelde ik me aangetrokken tot de romantiek. Ik had een beeld dat veel mensen hebben: muziek, paarden, vuur. Maar toen ik er eenmaal was knalde de realiteit hard mijn kop in. In Roemenië zijn ze vaak echt straatarm. Zo werden ons kinderen te koop aangeboden op straat. Pats. Ik wilde fictie schrijven, maar ik besefte al snel dat dat gênant zou zijn. Daarom schreef ik een non-fictieboek. De situatie is te belangrijk.’

Meester richtte ook een stichting op. Ze wilde iets doen. Maar haar idealen botsten vaak met de rauwe werkelijkheid. Na een aantal jaren stopte ze weer, om zich te richten op het schrijven van romans. Vorig jaar verscheen haar nieuwe roman Liefdeslied van een reiziger – toch wel weer een gypsy-achtige titel.

Het zigeunerleven intrigeert haar nog steeds, erkent ze. ‘Ze leven heel intens, al is het vooral overleven wat ze doen. En ze weten altijd van niets iets te maken. Slapen met z’n drieën in een bed, soms op straat. Soms eten ze dagen lang bijna niks. Daar kunnen ze nu eenmaal beter tegen dan wij. Die gehardheid en levenskracht bewonder ik wel. Zigeuners kunnen zich vaak ontzettend goed aanpassen.’ Ook voor haar fictiewerk heeft ze er veel aan gehad met Roma om te gaan. Vooral qua psychologisch inzicht. ‘Je ziet daar de mens in zijn naakte gedaante. Ik heb er als romanschrijfster enorm veel van geleerd. Ik ben nu geen naïef meisje meer.’

De belangstelling voor het onderwerp neemt toe, volgens Meester. ‘De Roma zijn pas sinds een jaar of tien met hun eigen geschiedenis bezig. Dat komt omdat er nu een groep is van Roma die gestudeerd hebben en zich in hun achtergrond verdiepen. Opeens verschijnen er stapels boeken, films en documentaires. Die geëmancipeerde groep probeert ook de condities van andere Roma te verbeteren. Ze worden politiek actief, om bijvoorbeeld de  werkgelegenheid voor Roma te bevorderen.’

Peter Jorna (50) is al twintig jaar Roma-deskundige en werkte tot 1 februari dit jaar bij Forum (instituut voor multiculturele vraagstukken). Ook geeft hij advies bij de Raad van Europa over onderwijs, gezondheid, standplaatsen en andere Roma-kwesties. Wat trok hem twintig jaar geleden in het onderwerp? ‘De rijke cultuur, de authenticiteit, het leven in de marge van de samenleving. Ik vind dat intrigerend, net als de botsing tussen onze ‘beschaving’ en hun ‘oorspronkelijke cultuur’. Als ik op vakantie ga, ga ik altijd even bij een groep Roma langs.’ De mensen fascineren hem na twintig jaar nog steeds. ‘Natuurlijk is er een temperament. Ze worden misschien snel boos en zo, maar ze zijn ook heel gastvrij en vriendelijk.’

‘Er zijn grofweg twee groepen in Nederland,’ zegt Jorna: ‘de Sinti, die hier al voor de oorlog waren, of nog langer, en vrijwel allemaal goed Nederlands spreken. En de Roma die in 1977 zijn gekomen, in het kielzog van de gastarbeiders. Zij kregen een generaal pardon van Den Uyl, onder druk van de Raad van Europa. Na de val van de muur zijn er ook weer Roma bij gekomen. In 1993 een groep Macedonische Roma, die de oorlog ontvluchtten. En sinds de Bulgaarse en Roemeense toetreding tot de EU is er weer een nieuwe groep bijgekomen. Die mag hier sinds 1 januari van dit jaar ook komen werken. In totaal zijn er nu zo’n 20.000 Roma en Sinti.’

De armoede is nog altijd groot, zegt Jorna. ‘Ze leven grotendeels van een uitkering. Op dit moment worden vooral veel Roma afgesloten van stroom omdat ze de rekening niet kunnen betalen, of niet eens begrijpen wat er staat. Een paar jaar geleden is men gestopt met automatische incasso’s, wat voor veel problemen heeft gezorgd. Nu zitten ze dus vaak letterlijk in de kou.’

Maar dat is niet het enige probleem. Vertrouwen is de sleutel, stelt Jorna. ‘Er bestaat helaas een groot wantrouwen tussen de overheid enerzijds en de Roma, Sinti en – ja, die heb je ook nog – ‘autochtone’ woonwagenbewoners anderzijds. Er is een negatieve houding bij de burger ten aanzien van deze ‘onaangepasten’. En er wordt momenteel veel gefocust op de openbare orde, wat zich moeizaam verhoudt tot verdraagzaamheid jegens anders levenden. Verder is er een gebrek aan standplaatsen. Juist de Sinti willen graag in een kamp blijven wonen, omdat ze voor het overige zo Nederlands zijn geworden. Alleen zo kunnen ze nog iets van hun eigen cultuur overeind houden.’

Jorna is weliswaar gestopt bij Forum, maar gaat zich nu op andere wijzen inspannen om de Roma-kwestie op de agenda te houden. ‘We hebben het nu alleen nog maar over de moslims. Dat is natuurlijk ook een veel grotere groep. Maar over een tijdje is men daar wel weer op uitgekeken. Dan komt er hopelijk weer reële interesse in de Sinti en de Roma.’

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: