Eric Rohmer: te Frans voor ons

Vorige week overleed de Franse Nouvelle Vague-cineast Eric Rohmer. Samen met Jean-Luc Godard, François Truffaut en nog een paar geniale figuren wilde hij eind jaren vijftig de cinema vernieuwen. Zelf deed hij dat met films die vaak ‘literair’ worden genoemd: veel gepraat en weinig actie. Is dat ook de reden dat zijn dood in Nederland nagenoeg onopgemerkt is gebleven? De films van Rohmer zijn hier nooit zo goed ontvangen als die van Godard (of, later, Ozon en Jeunet). En dat zegt niet alleen iets over zijn subtiele, o zo Franse stijl maar ook een beetje over onze eigen, boerenhollandse smaak. Waarom houden wij hier niet van dat soort films? Ik legde de vraag voor aan iemand die het kan weten: filmcriticus (en op dit moment tv-recensent) Hans Beerekamp van NRC Handelsblad.

‘Tsja, de receptiegeschiedenis van Rohmer in Nederland…. het was me al opgevallen dat het NOS Journaal van zijn dood geen enkele melding maakte. Je begrijpt dat de verbale subtiliteit van Rohmer hier nooit goed is gevallen, laat staan aangeslagen. Als men het hier had over het oeverloze gelul in Franse films, wat lang een soort van readymade vooroordeel vormde, dan bedoelde men meestal de films van Rohmer, en in veel mindere mate die van Doillon of Chereau. Bah, intellectueel esprit, kun je dat eten?’

‘Nu moet ik eerlijk zeggen dat Rohmer naar mijn smaak ook wel eens over de schreef ging. Ik ben nooit een groot liefhebber geweest van Marivaux en Musset, en ik snap heel goed dat woordspeligheid en comédies d’erreur hier alleen succes hebben in de slapstickvariant van Feydeau en het Theater van de Lach (die ik zelf nog veel erger vind).’

Beerekamp hield wel van het geworstel met emoties door intellectuelen in Rohmers films. ‘L’amour l’après-midi vond ik de beste, maar ik heb ook genoten van Ma nuit chez Maud en Le genou de Claire. Die laatste werd uitgebracht door Concorde Film, als een van de eerste arthouse-films van Robbert Wijsmuller. Die wees altijd vol trots op die titel, als een soort bewijs van goed gedrag, dat aan het snobisme grensde. La collectionneuse was een hoofdstuk apart, werd hier vooral gewaardeerd om de vrijmoedigheid van een seksueel initiatiefrijk meisje. Niet om de filmische constructie en vormgeving.’

Rohmer blijft een intrigerende maker, volgens Beerkamp, vooral vanwege zijn innerlijke tegenstellingen. ‘Rohmer was misschien wel de meest consequente denker van de Cahiers-groep. Wat me vooral intrigeert is hoe je zijn weerzin tegen de cinéma de qualité en het steriel-literaire karakter van de cinéma de papa kunt rijmen met zijn eigen voorkeur voor taligheid en 19de-eeuwse conventies. Het verschil zit hem natuurlijk in de écriture, in de verbinding van taal met beeld, van ratio met emotie.’

Bekijk hier de trailer van Ma nuit chez Maud (1969)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: