De ontembaarheid van Cassavetes

Gepubliceerd op www.cineville.nl

Colin van Heezik schrijft over de eigengereide filmmaker John Cassavetes en zijn geniaal-gekke oeuvre, waaraan het Filmmuseum momenteel een retrospectief wijdt. Over de waarachtigheid en ontregeling die in het werk van Cassavetes huizen, en over hoe je zijn geest bij gelukkig toeval onverwachts kan tegenkomen.

Ik wist dat hij een eigenzinnig filmer was. Ik was dus op alles voorbereid. Ik huurde Opening Night in de videotheek.

Hm.

Het beeld was in tweeën gehakt, zodat de linkerhelft rechts in beeld was en de rechterhelft links. Verder waren de kleuren vervormd: alles was groen of paars. Dit is wel erg experimenteel, dacht ik. Maar je moet zo’n film een kans geven. Na een half uur had ik er genoeg van en haalde ik de film uit mijn dvd-speler. Toch wel jammer, vond ik. Okay, ik doe hem er weer in. Nog even verder kijken. Ditmaal waren het beeld en de kleuren opeens normaal: mijn dvd-speler had iets met Cassavetes gedaan, dat zelfs voor Cassavetes te ver ging. Ook nu nog was de film experimenteel, maar wel steengoed.

John-Cassavetes_crop

Cassavetes is de grondlegger van de Independent Cinema. De in 1989 gestorven regisseur (hij werd geveld door levercirrose, op zijn zestigste) maakte zijn films als eerste buiten Hollywood om. Hij zette daarmee de toon voor makers als Martin Scorsese die in de jaren zeventig zijn voorbeeld volgden. Na zijn debuut Shadows in 1959 probeerde Cassavetes nog wel voet aan wal te krijgen als regisseur binnen het studiosysteem, maar Hollywood wilde hem niet achter de camera. Ondertussen speelde hij enkele van zijn grote rollen als acteur, zoals die van de echtgenoot van Mia Farrow in Roman Polanski’s Rosemary’s Baby. En in 1968 maakte Cassavetes een tweede film op eigen kracht, Faces. Uiteindelijk was het een geluk dat het niet boterde met Hollywood, zowel voor Cassavetes zelf als voor de cinema: hij liet een geniaal-gek oeuvre na, dat nog steeds veel geniaal-gekke filmmakers inspireert.

Improvisatie, of iets dat de schijn heeft van improvisatie, werd zijn handelsmerk. Cassavetes excelleerde in spelregie, wat begrijpelijk is gezien zijn achtergrond als acteur en toneelregisseur. Veel van zijn films, zoals Opening Night (1977) en A Woman Under the Influence (1974), waren oorspronkelijk toneelstukken. Als filmer was hij ervan overtuigd dat het niet uitmaakt hoe je een sterke scène precies filmt. ‘Een sterke scène blijft sterk, vanuit welke hoek dan ook,’ zei Cassavetes. Maar zijn stijl van filmen is niet willekeurig. Cassavetes’ camera geeft je het gevoel dat je er toevallig bij bent en de personages volgt in hun grillige verplaatsingen. Dat betekent vaak juist gecompliceerde camerabewegingen, of, ook typisch Cassavetes, extreme close-ups. Altijd blijft de camera dicht bij de personages en nooit vestigt het kader of de cameravoering de aandacht op zichzelf.

Die stijl zorgde ervoor dat de New York Times bij zijn dood kopte: ‘John Cassavetes, de meester van de Amerikaanse cinéma vérité’. Maar cinéma vérité was het niet echt. Hij had geen observerende, fly on the wall-manier van filmen. Zijn camera moest juist vaak gekke dingen doen, om de personages te kunnen blijven volgen. Cassavetes was geïnteresseerd in emoties, niet in het filmen van mooie schilderijtjes. En het moest altijd zo echt mogelijk lijken. Om die reden lijkt het of zijn acteurs improviseren en of de camera, die vaak onrustig beweegt, hun dialogen zo goed mogelijk tracht te registreren.

Onrust is ook Cassavetes’ thematiek: zijn personages borrelen en bruisen, koken over, ontploffen. In de maatschappelijke orde hebben ze niets te zoeken. Maar Cassavetes stelt de vraag: zijn die mensen gek, of gewoon origineel en gedreven door een verlangen naar chaos en verzet?

woman_influence_crop

Mabel in A Woman Under the Influence (1974), gespeeld door zijn vrouw en muze Gena Rowlands, is een huisvrouw die onwenselijk gedrag vertoont: ze wordt dronken in een café, omdat haar man moet overwerken. En de volgende morgen, als haar man (een prachtrol van Peter Falk) thuis komt met collega’s na een nacht lang werken, kookt ze spaghetti en probeert ze het de gasten naar de zin te maken. Maar na een tijdje begint ze toch weer raar te doen, de grens op te zoeken, te flirten en te dansen en dingen te zeggen die een huisvrouw niet mag zeggen. Het Peter Falk-personage is dol op haar en vindt haar hooguit ‘origineel’, maar stuurt haar uiteindelijk toch naar een inrichting. Daar komt ze net zo vandaan als ze erin ging. Het individu is ontembaar, bij Cassavetes, en met de influence uit de titel wordt niet alleen drank bedoeld, maar ook de verstikkende invloed van de omgeving.

In Opening Night, een film waarvan de toneelversie nog steeds in zwang is (bijvoorbeeld bij Toneelgroep Amsterdam), speelt Gena Rowlands wederom een vrouw ‘onder invloed’. Ze speelt als actrice in een stuk over een vrouw van vijftig die moet leren dat haar beste jaren voorbij zijn. Ze heeft grote moeite met die rol en creëert een alter ego, een oogverblindend meisje, dat haar bezoekt als een imaginary friend. Is ze gek, of is het normaal dat ze weigert ouder te worden? Uiteindelijk verschijnt ze stomdronken op de première van het stuk en improviseert ze met haar tegenspeler (vertolkt door Cassavetes zelf) een komische dialoog. Het stuk wordt opzij gezet en het publiek is laaiend enthousiast. Een overwinning van wilde creativiteit, Cassavetes’ ideaal, op het geijkte verwachtingspatroon en de maatschappelijke conventies.

Zulke momenten, daar ging het om voor Cassavetes. Hij wist dat je een publiek niet moet geven wat het wil: een herhaling van dat wat ze al kennen. Toen Jonas Mekas, destijds de paus van de New Yorkse underground cinema, enthousiast was over een eerste versie van Shadows, besloot Cassavetes de film opnieuw te monteren. ‘It was too beautiful’, zei hij er later over. Cassavetes bleef altijd tegendraads, ondanks een aantal uitstapjes naar producties voor een groot publiek, zoals zijn film Gloria (een soort gangsterfilm, 1980), zijn laatste film Big Trouble (1986, wederom met Peter Falk, ditmaal als een charmante oplichter) en een rol in een aflevering van Columbo (Etude in Black, 1972) als een ijdele dirigent die zijn maîtresse vermoordt. Als het hem leuk leek, deed hij het, maar van commercie trok Cassavetes zich nooit wat aan.

‘Cassavetes was de meest gepassioneerde man die ik gekend heb’, zei Peter Falk over zijn vriend en collega, ‘en de meest originele. Elke Cassavetes-film gaat over hetzelfde: iemand zei ooit dat de mens een God is die in puin ligt, en John zag die ruïne met een helderheid die jij en ik niet kunnen verdragen.’

Met die genadeloze blik blijft Cassavetes een voorbeeld voor makers die willen ontregelen. En die hun eigen filmkunst nastreven, hoe lastig dat ook is binnen de filmwereld als industrie. Maar als je niet durft, kun je er beter niet aan beginnen, zei Cassavetes in zijn beroemdste citaat: ‘Het moeilijkste ter wereld is jezelf te onthullen, en te vertellen wat je moet vertellen. Als kunstenaar vind ik dat je van alles moet uitproberen – maar bovenal moet je durven falen. Om echt alles te kunnen uitdrukken, moet je bereid zijn alles op het spel te zetten.’

Maar was het nou echt nodig om die film te maken met de linkerhelft rechts, de rechterhelft links, en alles in de kleuren paars en groen? Jawel. Maar Cassavetes maakte hem niet. Het was de geest van Cassavetes.

Het door het Filmmuseum georganiseerde John Cassavetes-retrospectief is vanaf 17 september in verschillende filmhuizen te zien.

Foto’s: Sam Shaw (m.u.v. de filmstill uit Shadows, door Larry Shaw)


Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: