Popcorn is uit, arthouse in

400-coups

 

 

 

 

Het gezin gaat naar de bioscoop, in de film Les 400 coups (1959) van François Truffaut.

 

Filmhuizen blazen het authentieke bioscoopgevoel nieuw leven in

Film Reportage

COLIN VAN HEEZIK

Reportage Reportage | Vrijdag 29-09-2006 | Sectie: Cultureel Supplement | Pagina: 23 | 

Om een film te zien hoef je niet meer naar de bioscoop, en toch blijft het bioscoopgevoel onvervangbaar. Arthouse-theaters spelen daar op in door de drempel te verlagen en de intimiteit te verhogen.

Bij Pathé de Munt in Amsterdam is zojuist de middagvoorstelling van Step up, een dansfilm, afgelopen. Drie meisjes verlaten de zaal en laten een lege zak M&Ms, twee omgevallen flesjes cola en een halve berg popcorn achter. ‘Ik sta hier de hele dag popcorn op te vegen,’ vertelt een medewerkster die bij de uitgang van de zaal klaarstaat met een stoffer en blik. ‘Aan het einde van de dag heb ik een popcornarm.’

Waar kan de 30-plusser die wel van film houdt maar niet van popcorn nog terecht? Bij de filmhuizen, natuurlijk. Het komende seizoen gaan die extra hun best doen de filmliefhebber voor zich te winnen. Vooral in Amsterdam, waar de concentratie art-house-bioscopen het hoogst is. Een nieuwe zaal en extra activiteiten in Rialto. Twee extra zalen en een nieuwe programmering in het Ketelhuis. Een nieuw interieur bij Cinecenter. En dan zijn er nog de plannen voor een gerenoveerde City-bioscoop op het Leidseplein, die zich op arthousefilms gaat richten.

popcorn4Popcorn is uit, arthouse is in. Juist nu je zo makkelijk een filmpje van internet plukt, trachten de filmhuizen het authentieke bioscoopgevoel nieuw leven in te blazen: toen stofdeeltjes dwarrelden in de felle lichtbundel, terwijl achter je de projector zachtjes ratelde en een verliefd stelletje naast je begon te zoenen. Met debatten, dj-avonden en culinaire arrangementen proberen de filmhuizen film weer tot een volwaardig avondje uit te maken. The Movies in Amsterdam zette gedurende de Zomer van Woody Allen een speciaal door New York geïnspireerd filmmenu op de kaart. In Rialto komt op 9 oktober de Amsterdamse wethouder Aboutaleb zijn lievelingsfilm Ghandi bespreken. En in het Ketelhuis treden op zaterdagavond bekende acteurs en filmmakers op als gelegenheids-dj.

‘De kale filmvertoning heeft haar langste tijd gehad,’ meent Anne Nusselder (24). Zij deed voor haar studie kunst, beleid en management onderzoek naar de financiële wisselwerking tussen filmcafé en bioscoop. ‘Bioscopen moeten méér kunnen bieden dan een film,’ zegt ze. ‘Mensen willen geen product meer, maar een gevoel.’

‘Het bioscoopgevoel is nog steeds levensvatbaar,’ meent Jos Stelling (61), filmmaker en bioscoopexploitant in Utrecht. ‘De negentiende eeuw was de eeuw van de opera, de twintigste van film en tv, de 21ste die van het internet. Je hoeft niet meer naar de bioscoop om een film te zien, en over tien jaar heeft iedereen zijn eigen thuisbioscoop met groot scherm. Maar mensen blijven sociale wezens. Daardoor zullen ze toch naar de bioscoop blijven gaan.’ De cijfers lijken Stelling gelijk te geven: dit jaar steeg de omzet van de Nederlandse bioscopen met 5,8 procent.

Volgens Stelling blijft collectief kijken een rol spelen. ‘Als je met z’n allen naar een film kijkt, ben je minder snel geneigd weg te lopen,’ zegt hij. ‘Je bent geconcentreerder. Ook daardoor blijft de bioscoopervaring bijzonder. Er komt een soort energie vrij, net als in een voetbalstadion. Ook speelt gek genoeg een rol, dat de mensen voor het kaartje betaald hebben. Dat kaartje willen ze terugverdienen, waardoor ze de film eerder tot het eind uit zullen zitten dan thuis.’

In Utrecht is Stellings Louis Hartlooper Complex, sinds 2004 gevestigd in het voormalig politiebureau Tolsteeg, een succesvolle combinatie van restaurant en bioscoop. ‘Door de horecacomponent en door populaire arthousefilms te programmeren kan het zonder subsidie bestaan,’ zegt hij. Stelling exploiteert al dertig jaar een ander filmhuis in Utrecht, Springhaver. Beide etablissementen lopen goed, met een overwegend vrouwelijke cliëntèle. ‘Naar de film gaan is net als literatuur lezen nu eenmaal steeds meer een vrouwenaangelegenheid.’

‘Wij gaan ook vaker naar de film, omdat dit gewoon een leuke plek is,’ zegt Stella de Greef (34). ‘Het eten is lekker en niet duur. En je wordt snel bediend, want ze weten dat je de film moet halen.’ Ze gaat, nog los van de film die ze wil zien, liever naar een filmhuis dan naar een Pathé-bioscoop. ‘Er zijn hier geen pauzes en minder reclame dan in de grotere bioscopen. Daar staat het geluid altijd te hard, mensen praten erdoorheen en mobieltjes gaan af tijdens de film.’

Het gesubsidieerde Filmhuis ’t Hoogt is Stellings concurrent in Utrecht. Het heeft een iets gedurfdere programmering en ook de kaart is wat gewaagder. Daarnaast wordt in het filmcafé videokunst vertoond. Kunstacademie-studente Ruth van Andel (25) exposeert vanaf 26 oktober in ’t Hoogt met een vierluik van videokunst. ‘Hier komen veel filmliefhebbers en kunstzinnig geïnteresseerden,’ zegt ze. ‘Het is een leuk podium om nieuwe dingen uit te proberen.’ En daarmee krijgt het kijken ook buiten de bioscoopzaal een plek.

Filmtheater Lux in Nijmegen werd vorig jaar door het filmportal cinema.nl uitgeroepen tot beste filmtheater. Het bijzondere gebouw werd in 2000 geopend door Catherine Deneuve en inspireert andere filmhuizen, zoals het Filmhuis Den Haag. Dat breidt momenteel uit met een zaal en krijgt een groter café-restaurant. Ook Rialto in Amsterdam is verbouwd en heeft een groter café, dat echter nog niet kan tippen aan dat van het naburige Kriterion. Die bioscoop verdient meer met zijn populaire studentencafé dan met de bioscoopkaartjes.

bios1

Op 13 september opende het nieuwe Ketelhuis op het Westergasfabrieksterrein in Amsterdam met drie zalen in plaats van één. Dat maakt het mogelijk risicovoller te programmeren; een film die minder goed loopt verhuist naar een kleine zaal; een goed lopende film kan naar een grotere verhuizen. Met een extra filmzaal hopen ook het Haagse Filmhuis en de Amsterdamse Rialto meer niet-commerciële en kunstzinnige films te programmeren.

‘Daar blijft het niet bij,’ zegt directeur Raymond Walravens: ‘Rialto Podium wordt een wekelijks programma voor discussie over film op de zaterdagmiddag en met Rialto Laat, op vrijdagavonden om 23.00 uur, verkent Rialto nieuwe ontwikkelingen in film door het vertonen van werk van jonge filmmakers. Met Rialto Laat, Rialto Podium en Rialto Wereld wil de bioscoop het festivalgevoel opwekken: het hele jaar door waant de bezoeker zich op een filmfestival.’

Op zaterdagavond in het Ketelhuis kan het jonge publiek na een mooie film blijven hangen tijdens de Discothèque du cinéma néerlandais. Zo wil het Ketelhuis een ontmoetingsplek worden. Directeur Alex de Ronde verlangt terug naar de tijd van CinéTol in de Tolstraat, bij de sluiting in 1979 de laatste Amsterdamse bioscoop waar tijdens de voorstellingen gerookt mocht worden. ‘Legendarisch waren de nachtelijke film-teach-ins met onder meer Wim Verstappen, Pim de la Parra en Jan Blokker, toen filmjournalist. Het zou me heel wat waard zijn als die sfeer kon herleven.’ Nu zijn er maandelijkse debatten over Nederlandse film onder leiding van Volkskrant-journalist Ronald Ockhuysen. 

Waar je een film ziet wordt dus steeds belangrijker. In dat opzicht gaat het Filmmuseum tegen de trend in – zal de nieuwbouw, aan de Noordelijke IJ-oever, waar het Filmmuseum in 2009 zijn intrek neemt, even populair blijken als de huidige droomlocatie in het Vondelpark? Ketelhuisdirecteur De Ronde denkt van niet. ‘Mensen gaan toch vaak naar een bioscoop bij hen in de buurt. Het nieuwe Filmmuseum zal het dus nog lastig krijgen, tenzij ze zich gaan richten op het publiek uit Amsterdam-Noord. Lang niet iedereen zal bereid zijn de pont te pakken om een klassieker in het Filmmuseum te gaan zien.’

Dat blijkt ook uit de populariteit van de openluchtvoorstellingen van het Filmmuseum in het Vondelpark en van Rialto Openlucht op het Heinekenplein. Uit het geslaagde initiatief CineBergen van filmjournalist Paul Hegeman, die in een 17de-eeuwse graanschuur in de bossen tussen Bergen en Schoorl een filmhuis begon. En uit het succes van het Shoot Me-festival in Den Haag (26-29 oktober), dat zich profileert met een tegendraadse programmering en ongewone locaties: je kunt er bijvoorbeeld films zien in een oude tramtunnel, in een container op het Spui, in een oude bankkluis van het Nutshuis en in de Gevangenpoort. Het Shoot Me-festival is tot nog toe het enige filmfestival in Nederland dat ook qua locaties iets doet met het escapisme dat uiteindelijk elke filmliefhebber drijft.

Paradoxaal genoeg wordt een avondje-uit completer met een sterk thuisgevoel. Zoals in het Ketelhuis waar tijdens de verbouwing een zaal quasi achteloos was ingericht met oude banken en stoelen uit de KLM-business lounge; zo’n succes, dat het Ketelhuis er voorlopig mee doorgaat. En misschien is dat wel de ideale bioscoop: een combinatie van het thuisgevoel en de charme van het filmtheater. ‘De concentratie en het opgaan in de film zijn onvervangbaar,’ meent Ketelhuisdirecteur De Ronde. ‘Hoe groot je thuisbioscoop ook is.’

NRC Handelsblad, 29-09-2006

 

ketelhuis

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: