Geheim agent 007 past zich aan

 

casinoGeheim agent 007 past zich aan. De oude Bond wordt nieuw

Colin van Heezik | Zaterdag 18-11-2006 | Sectie: Leven & cetera | Pagina: 53 | 

 

Hij drinkt zijn wodka-martinis niet meer zoals vroeger. James Bond, geheim agent 007, is als stijlicoon veranderd, schrijft Colin van Heezik naar aanleiding van de nieuwe Bondfilm Casino Royale, die volgende week in première gaat.

Geschud of geroerd, wat een flauwekul.

Wie tegenwoordig zegt dat hij Bondfan is, maakt geen goede beurt. Is dat niet, zoals een vrouwelijke M. (Judi Dench) het in Golden Eye (1995) verwoordt, een seksbeluste, vrouwonvriendelijke dinosaurus, een fossiel uit de koude oorlog? Met de nieuwe Bondfilm Casino Royale hebben de makers (regisseur Martin Campbell en producenten Michael G. Wilson en Barbara Broccoli, dochter van de in 1996 overleden Albert R. Broccoli) voor een nostalgische insteek gekozen: de film gaat terug naar de roots van Bond, de tijd dat hij nog Bond moest worden. In de hard boiled stijl van de Fleming-romans suggereren nu zelfs de makers het: James Bond – maar dat is juist zijn charme – is passé.

Al vaker werd geprobeerd om Bond de nek om te draaien. Na de release van Goldfinger in 1964 schreef een filmcritica: De Bondmania is een symptoom van deze zieke tijd en na The Man with the Golden Gun (1974) vond Time het tijd voor Bonds pensioen: Hij zou in een sanatorium gestopt moeten worden, waar zijn lever tot rust kan komen. Maar het genre lijkt onoverwinnelijk: als je het onofficiële Never Say Never Again (1983) meetelt, zitten we nu op de 22ste Bondfilm. De geheim agent weet zich kennelijk in alle tijden en omstandigheden aan te passen en te overleven. De vorige Bondfilm, Die Another Day (2002), bracht zelfs weer een recordbedrag van 432 miljoen dollar op.

En toch: is een Bond die met zijn tijd meegaat nog wel Bond? De nieuwe Bond, Daniel Craig, is blond, zijn trekken zijn ruw, zijn ogen blauw (kortom: precies wat in de traditionele Bondfilms overeenkwam met de fysiognomie van de nazi-schurk) en lijkt nog het meest op een gladiator in smoking. Het zweet gutst van zijn voorhoofd, het bloed druipt van zijn triceps. En zelfs zijn klassieke motto shaken, not stirred is gesneuveld. Erger, het wordt omgedraaid: op de vraag van de barman of hij zijn wodka-martini shaken or stirred wil zegt Bond Do I look like I give a damn?

Zo gaat Casino Royale weer een stap verder in de ontbonding van Bond.

James Bond was een monument voor de twintigste-eeuwse man, die al vanaf de jaren zestig in zijn bestaan werd bedreigd: de conservatieve, gladgeschoren gentleman in smoking. Die werd langzaamaan vervangen door de progressieve baardaap in zelfgebreide trui. Juist daardoor ontstond er in de bioscoop behoefte aan een man als Bond: een seksist, een macho, een white male die in alles de ontkenning belichaamde van de nieuwe (multiculturele, postkoloniale, feministische) ideologieën.

Eigenlijk was Bond al van begin af aan retro. Het succes, eind jaren vijftig, van de door Ian Fleming in hoog tempo geschreven reeks romans, kwam op een goed moment voor de Engelsen: vlak na de Suez-crisis, waarmee Groot-Brittannië in 1956 als grootmacht gezichtsverlies had geleden. Aan Bond de taak de Union Jack met hernieuwde trots te laten wapperen. Op de vraag van M. waar hij mee bezig is, antwoordt Roger Moore aan het eind van The Spy Who Loved Me (1977): Keeping the British end up, sir.

fleming

Maar de populariteit van Bond bleef niet tot Engeland beperkt. De Amerikaanse president John F. Kennedy, ook al zo’n succesvolle blanke man, was een fervent lezer van de Fleming-reeks. Toen dit in maart 1961 bekend werd ontstond er in de VS een grote rush op de 007-romans. Tussen platen van Sinatra en het laatste nummer van Life moest je wel een paar Bond-pockets laten slingeren, anders hoorde je er niet meer bij. En met de komst van de films werd James Bond het stijl-icoon.

Dat kwam natuurlijk ook door de onweerstaanbare Sean Connery die vanaf Dr. No (1962) mag doorgaan voor de meest aantrekkelijke man ter wereld. Het duurde nog even voordat het genre echt op dreef kwam, maar vanaf Goldfinger (1965), het grootste kassucces in de filmgeschiedenis tot dan toe, werd Bond een mondiale hype. Iedereen droomde van die Bolinger 53, Bonds favoriete champagne, en natuurlijk van zijn zilvergrijze Aston Martin DB-5. You too can be a spy. At small cost and low risk. Met die slogan werd de kijker naar de bioscoop gelokt, waar de kassa`s in sommige steden 24 uur per dag open waren om de dikke rijen belangstellenden voor Goldfinger op te vangen.

Al snel doken de adverteerders op Bond. Het was onvermijdelijk, want Bond was het ideale boegbeeld van de consumptiemaatschappij: voor James Bond speelt geld geen rol. Op een draaidag van Goldfinger had producent Harry Saltzman in alle vroegte Gilette-scheerspullen neergezet in de badkamer van het vliegtuigje van Pussy Galore, Bonds tegenspeelster. Regisseur Guy Hamilton moest er echter niets van weten en gooide de spullen resoluut in de prullenbak. Helaas werd in latere Bondfilms de commerciële insteek steeds sterker, om in Die Another Day (2002) een schaamteloos niveau te bereiken.  

aston

James Bond personifieerde alles waar de westerling van droomde. Verre reizen, dure pakken, snelle autos. Hij voelde zich het meest thuis in het casino, waar het kapitalisme zijn zelfdestructieve neiging kwijt kon: alles op het spel zetten en je zorgvuldig opgebouwde welvaart vergokken. De Bondfilm weerspiegelde een materialistisch wereldbeeld, maar verkende ook de grenzen ervan: Goldfinger was als koning Midas, die alles wat hij aanraakte in goud zag veranderen. Bond onderscheidde zich van zijn tegenspelers door zijn nonchalante levenslust, die gericht was op het proeven van alle geneugten der aarde, maar niet op het verwerven van kille, dode rijkdom.

Het goede van het Westen, de mobiliteit, de vrijheid, de luxe, vonden met James Bond een exponent waarin die waarden gekoppeld werden aan plichtsbesef, beleefdheid en dapperheid. De schurk was steevast impotent, want verlamd door een totalitaire utopie waarmee hij de wereld (lees: de westerse wereld) wilde vernietigen. Die werd door de sterkere, want potentere James Bond genadeloos afgestraft. Durf het Westen eens belachelijk te maken! Niet voor niets deed elke Bond-schurk, van Dr. No tot Ernst Stavro Blofeld, denken aan een Russische dictator of een nazi-officier.

seanJames Bond stond symbool voor een lichtvaardige seksualiteit. Die was echter bij uitstek een burgerlijke variant van de vrije seks die in de jaren zestig door de provos en hippies bepleit werd. Eigenlijk schuilt er een grote tuttigheid in alle toespelingen, dubbelzinnigheden en de gedachte dat James Bond voor volk en vaderland met vrouwen naar bed gaat, om ze zover te krijgen dat ze hem geheime informatie toevertrouwen. Bond had een excuus, het mocht. Misschien was dat wel het geheim van zijn populariteit als sekssymbool.

James Bond leek niet kapot te krijgen. Vooral niet als cultureel icoon. Maar vanaf de jaren tachtig ging het mis: met Timothy Dalton, een klassiek geschoolde acteur, werd getracht Bond geloofwaardiger te maken en de films na de humoristische Roger Moore-jaren van een realistischer elan te voorzien. Maar Dalton was te ernstig en niemand verwachtte van James Bond dat hij mens werd. Daar kwam nog het einde van de koude oorlog bij: geheim agent zijn werd uit de tijd. De makers zaten om een plot verlegen en na de zes jaar stilte tussen Licence to Kill (1989) en Golden Eye (1995) begon wat je de decadentie van het genre zou kunnen noemen.

De kosmopolitische dimensie van de films kon daar weinig aan veranderen. De Bondfilm was een venster op de wereld: mensen zagen voor het eerst bestemmingen als Rio, Californië en Tokio en ook de opkomst van de wintersport zal onder de Bondmanie niet geleden hebben. Maar een zinnetje als Je vertrekt vandaag nog naar Istanbul! maakt nu weinig indruk meer. We hebben het eiland van Dr. No niet meer nodig en kijken gezellig naar Temptation Island, waar we niet een onbereikbare superheld, maar onze eigen buurman in actie zien. Want we willen niet meer alleen tropische eilanden en avonturen, maar ze moeten ook nog eens echt gebeurd zijn. Die hang naar realisme en reality is dodelijk voor Bond.

Ook de totaalformule is verouderd. In 1962 was een Bondfilm de ideale film: actie, komedie, spanning, romantiek en sciencefiction. Het was wat mensen van film verwachtten: een wereld die in alles anders is dan de echte, op het bespottelijke af. Inmiddels zijn alle componenten van het genre uitgegroeid tot volwaardige (sub)genres: de actie in Kill Bill is beter, voor een ingewikkeld scenario gaan we naar The Matrix, voor een thriller kijken we naar Seven, voor romantiek ga je naar Miss Congeniality en voor seks hoef je al helemaal niet bij James Bond terecht.

En dan zijn er de veranderde gender-verhoudingen, die ondanks een pittige Bondgirl als Hale Barry toch haaks staan op het stramien van de Bondfilm. De feministische kritiek op Hollywood luidde: de kijker kijkt altijd mee met de man, de vrouw is altijd het object to-be-looked-at. Ursula Andress, die in Dr. No (1962) als de Venus van Botticelli (maar dan met een mes) uit zee oprijst, is daar een fraai voorbeeld van. Maar het seksisme is bij Bond nog veel explicieter: Bondgirls doen, zeker tot Famke Jansen in Golden Eye, steevast alles verkeerd, tot het per ongeluk met hun bloedmooie kont in werking zetten van een laserapparaat aan toe (The Man with the Golden Gun, 1974).

modestyEen aantal keren werd getracht dat schema te doorbreken. In The Spy Who Loved Me was de relatie van Bond met zijn KGB-agente (Barbara Bach) belangrijker dan die met de schurk. De Griekse heldin (Carole Bouquet) van For Your Eyes Only was na de moord op haar ouders zozeer op wraak belust dat Bond een keer zijn zin niet kreeg en pas aan het einde van de film met haar naar bed mocht. Maar uiteindelijk vielen ze toch voor zijn charmes. Een criticus schreef: Feminism met its match in Bond. Met Joseph Loseys Modesty Blaise (1966) leek er even een vrouwelijke James Bond op te staan, maar ondanks Monica Vitti werd de film een flop.

En ook het ongeloof van de postmoderne kijker nekt Bond. Wat een onzin, denkt die cynische kijker, daar waar de jaren-zestigkijker nog dacht: wat geweldig. Ian Fleming noemde in een interview ook al eens die romantiek waarvan zijn Bondromans volgens hem doordrenkt waren: Van een enkele man tegen een heel systeem, een leger, de rest van de wereld. De kijker van nu gelooft daar niet meer in.

Door die kritiek over te nemen trachtte het genre zichzelf vanaf Golden Eye (1995) opnieuw uit te vinden. Ready to save the world again? vraagt 006 aan Bond. After you, 006, antwoordt deze gevat. Die zelfspot kon wel even mee als overlevingsstrategie. Tot in Die Another Day (2002) was het Bonds nieuwe handelsmerk: de man die met Union Jack-parachute uit een vliegtuig sprong en voor Buckingham Palace landde, was niet Bond, maar de schurk, die zich met gentherapie had laten modelleren naar de James Bond-oude stijl.

Zo werd James Bond van cult tot camp en de Bondfilm een monument voor zichzelf. Maar, shaken or stirred, James Bond doet in Casino Royale gewoon weer zijn plicht: Keeping the British end up.

Colin van Heezik

Het eerste boek dat de Britse journalist Ian Fleming schreef over James Bond, Casino Royal (1953) is nu drie keer verfilmd. De eerste keer in 1954, als Amerikaanse tv-film Climax!’; daarna als Casino Royal als Bond-parodie in 1967, met Peter Sellers in de hoofdrol. De nieuwe bioscoopfilm is losjes gebaseerd op het oorspronkelijke boek. Bond rekent in de film af met een corrupt lid van MI-6 en wordt door M. met verlof gestuurd. Maar hij bijt zich als een terriër vast in de zaak die hij op het spoor is gekomen : Le Chiffre, een wel erg enge man met een glazen oog, wast geld wit voor terroristen en moet na een onhandigheidje 100 miljoen dollar zien terug te verdienen. Na omzwervingen op de Bahamas en in Florida moet Bond in het Casino Royale in Montenegro een partij zien te winnen van Le Chiffre, voor wie er nogal wat op het spel staat. De geheim agent wordt daarin bijgestaan door een bevallige accountant van MI-6, die niet alleen op de centjes past. Met haar beleeft Bond de nodige romantiek en net als From Russia with love (1963) eindigt de film in Venetië. Maar een happy ending is dit keer niet voor Bond weggelegd.

NRC Handelsblad, 18-11-2006

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: