Docuheld hoeft zich niet te schamen

hazes

Docuheld hoeft zich niet te schamen   

IDFA Online, december 2007 
  

De biodoc, in navolging van de biopic, is een populair genre geworden. Maar de vraag komt steeds vaker op van wie zo’n film nou eigenlijk is: van de geportretteerde of van de maker?

 

Door Colin van Heezik

Je wordt gefilmd, en bij het eindresultaat denk je: ‘Dat ben ik niet.’ Het komt steeds vaker voor. Een bekend voorbeeld is zanger André Hazes, die zichzelf niet goed geportretteerd vond in André Hazes, zij gelooft in mij, de openingsfilm van IDFA 1999. Maar na afloop van de première zong hij de zaal toe en nam daarmee in één klap intellectueel Nederland voor zich in. Hazes werd salonfähig. Toen de film van regisseur John Appel een groot succes bleek, draaide Hazes helemaal bij. 

Nu, acht jaar later, is de biodoc, in navolging van de biopic, een populair genre. Maar de vraag komt steeds vaker op van wie zo’n film nou eigenlijk is: van de geportretteerde of van de maker? Hans Beerekamp schreef afgelopen week in NRC Handelsblad: ‘Mensen denken dat zulke films zichzelf maken’ en nam het op voor de maker, die nu eenmaal een verhaal moet vertellen. En IDFA-jurylid Jos Stelling zei deze week tegen de Dagkrant: ‘Alles is subjectief.’ 
Je zou ook kunnen zeggen: moeten we niet af van dat bipolaire feit-fictiedenken? En zou het, vooral in het geval van biodocs, niet prettiger zijn als het besef nu eens zou doordringen: de werkelijkheid van documentaire is altijd geconstrueerd? 

Daarmee hoeft het gevoel van ‘dat ben ik niet’ niet meer te worden uitgemolken, zoals beeldend kunstenaar en vj Micha Klein dit jaar deed in het tv-programma De wereld draait door, naar aanleiding van Micha Klein -Speeding On The Virtual Highway, die regisseur Corinne van Egeraat maakte. Klein, pionier van de digitale fotografie, verloor op de openingsdag van IDFA een kort geding over een uitzendverbod op de film, die volgens hem veel te soapachtig was en veel onwaarheden bevatte. Van Egeraat reageerde fijntjes: ‘De film is een biografie, geen autobiografie’. 

Documentaire zal altijd vragen blijven oproepen over waarheid, authenticiteit en representatie. Maar bij geen ander (sub)genre laait de discussie zo sterk op als bij de biodoc. Daar is iemand als docu-held vereeuwigd die zichzelf in eerste instantie in die film wil herkennen. Maar het beeld dat een maker creëert in montage, selectie van fragmenten en (eventueel) begeleidend commentaar, is voor niemand gelijk aan het zelfbeeld. Dat wordt zorgvuldig geconstrueerd door het ‘ik’, een proces waarbij altijd mechanismen van zelfbescherming optreden. Onderzoek wijst uit dat iedereen die in de spiegel kijkt zichzelf mooier ziet dan hij of zij in het echt is. Pas op foto’s en films zie je hoe je er voor anderen uitziet. En dat valt eerder tegen dan mee, alsof je je eigen stem op een bandje hoort. 

De biopics in het fictiegenre schieten als paddenstoelen uit de grond. Ook in de documentairewereld is een populaire categorie geworden. De quit claim, waarbij men ervoor tekent er niet uit te kunnen stappen als het resultaat niet naar de zin is, is geen vrijwaring: als aangetoond kan worden dat de film niet integer is en grove misrepresentaties van echte mensen bevat kan er nog altijd een verbod op distributie van de film bij de rechter worden afgedwongen. Over de criteria daarvoor is nog weinig jurisprudentie. Maar als het zo door gaat als nu, zal die er wel komen. De documentaire wendt zich af van het politieke, sociologische, en richt zich op het persoonlijke, private. Dat leent zich sowieso beter voor film, maar bovendien gaat de trend hand in hand met een bredere culturele ontwikkeling: zelfs het publieke wordt privaat. 

Het is een van de stokpaardjes van cultuurcriticus Bas Heijne. Hij vindt dat de “journalistiek in de ban is van de ideologie van het persoonlijke: niet alleen kleine, intieme dingen moeten op een herkenbare, invoelbare manier neergezet worden, ook het wereldnieuws.” De NRC-columnist vindt dat de journalistiek zijn beginselen daarmee verkwanselt. “Het probleem is niet dat Paris Hilton nieuwswaardig wordt gevonden, het probleem is dat de rest van de wereld gereduceerd wordt tot het niveau van Paris Hilton. Dat is geen crisis in de journalistiek, dat is een crisis in de cultuur.” Maar de vraag is of dat erg is, als het gaat om documentaire: dat is immers een medium tussen film en journalistiek in. Het kan vragen oproepen door verhalen te vertellen, en hoeft misschien niet meer te doen dan dat. 

DocStars 

Onschuldiger is de trend van de ‘docstars’, dit jaar op IDFA definitief ingezet. Donderdagavond danste festivaldirecteur Ally Derks op de muziek van de Mexicaan zonder armen uit Born without, gevolgd door een groot deel van het publiek. Het was een vrolijk en tegelijk ontroerend ritueel, dat onderstreepte hoe sterk de ‘hier en nu’-ervaring op zo’n festival kan zijn. Geen James Bond die een onbereikbare schaduw op het witte doek blijft, maar een mens van vlees en bloed dat voor ons musiceert zoals hij zojuist deed in ‘zijn’ film. Ook de jongen uit Smalltown boy was dit jaar present, even opgemaakt en vrouwelijk als in de film, en charmeerde met zijn androgyne verschijning. Een enkele overlevende uit Stranded vertelde hoe koud het was, daar in de Andes, precies zoals hij in de film deed. De dichter uit Fairytale of Kathmandu liet verstek gaan: hij werd in de film als misbruiker van Nepalese jongetjes ontmaskerd –er loopt inmiddels een rechtszaak. 

De werkelijkheid lijkt ons aan het hart te gaan: in een postmoderne wereld van voorverpakte illusies zijn we blij als we nog eens stuiten op iets dat echt, waarachtig en authentiek lijkt te zijn, vooral als het een mens betreft. Maar het zou goed zijn te beseffen dat we daarbij nog steeds een medium nodig hebben om ons in eerste instantie enthousiast te maken, te ontroeren of ook maar kennis te laten maken met: een film, een documentaire, een reality show. Dat zijn formats met een geheel eigen functioneren, erop gericht een geconstrueerde werkelijkheid te tonen. “Le film est une fiction”, zei voetballer Vikash Dhorasoo terecht over Substitute, waarin we hem zien als eeuwige bankzitter tijdens het WK 2006. Hij was niet bang geïdentificeerd te worden met het personage dat maker Fred Poulet van hem had gemaakt. Beseffen hoe een medium werkt is een volwassen houding, waarbij de docuheld zich niet langer hoeft te schamen tegenover de kijker. Die kom je bij geportretteerde en publiek nog te weinig tegen. 

 

IDFA Online, 1 december  2008

 

http://idfa.3po.nl/nl/nieuws/achtergrond/docustars-herkennen-zichzelf-niet.aspx

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: